In een Brusselse buitenwijk woont de 10-jarige Simon in een atypisch gezin: bij zijn twee moeders, Dan en Zoé. Oma, een van zijn twee grootmoeders, had moeite met het accepteren van het koppel dat gevormd werd door haar dochter Zoé (biologische moeder) en Dan. De twee moeders slaagden er geleidelijk in om in hun woonwijk geaccepteerd te worden, tot de komst van het minder tolerante gezin Berthot. Bovendien heeft Simon het ongelukkige idee verliefd te worden op Jennifer, het kind van de nieuwe bewoners, wat meteen vijandigheid opwekt bij zijn broer Max (12 jaar) jegens Simon en zijn moeders. Simon zal zich dan opnieuw over zijn gezin buigen: waarom neemt Dan de plaats in van de vader die hij, net als iedereen, zou moeten hebben?